Los Almendros

Onze Amandelbomen

De amandelboom is een kleine maar sierlijke bladverliezende loofboom die in bergachtige gebieden groeit, meestal tussen 700 en 1700 meter hoogte. De boom gedijt het best op zonnige hellingen op rotsachtige bodem in een mediterraan klimaat met warme droge zomers en milde, natte winters. De optimale temperatuur voor hun groei is tussen 15 en 30 °C.

De boom wordt gemiddeld 4 tot 10 meter hoog, in uitzonderlijke gevallen 12 meter. De stam wordt maximaal 30 cm in diameter. De jonge twijgen zijn eerst groen, maar worden paars- tot bruinachtig wanneer ze worden blootgesteld aan zonlicht. In hun tweede levensjaar worden de takken grijsachtig.

De boom bloeit uitbundig in het vroege voorjaar (februari - maart), wanneer de boom nog geen bladeren heeft gevormd. De bloem is wit tot lichtroze en bevat een grote hoeveelheid nectar. Veel insecten, met name bijen, worden hierdoor aangetrokken en zorgen voor de bestuiving.

De amandelboom vormt steenvruchten, waarin een amandel zich ontwikkelt. Gemiddeld geeft ongeveer 20% van de bloemen een noot. Dit percentage is onder meer afhankelijk van weersomstandigheden, beschikbaarheid van bijen, ziekten en de gezondheid van de boom. De weersomstandigheden zijn daarbij de belangrijkste factor. Vanaf eind augustus zijn de amandelen rijp en barst de steenvrucht open.

 

Het oogsten gebeurt door, al dan niet machinaal, de bomen te schudden. Eens geoogst, worden de amandelen gekuist - ontdaan van hun pel - en gedroogd. Om te drogen liggen de amandelen voor een week op een speciaal net, waar ze om de zoveel uren worden omgedraaid. De amandel moet een bepaalde vochtigheidsgraad behouden. Als ze die bereikt hebben, worden ze weggebracht naar de Coöperatieve om te verwerken.